Duitsland, Oostenrijk, Italië en Slovenië  27 aug-17 sept 2017


17 sept 2017:                                                          Izola (SI)



Vanavond mosselen op het menu? De exemplaren liggen hier een paar meter van onze standplaats voor het oprapen c.q. uit vissen met de hark van de buurman.

Ongelooflijk ... een gezinsmossel? Liever niet. Laat hem maar lekker leven.

Het is mooi weer: op de fiets nu vanaf Ankaran tot aan Izola waar men vanaf Koper een schitterende autovrije route langs de middellandse zee heeft aangelegd.

 

 

De legende van Izola:

In 1380 werd Izola bedreigd door de in aantocht zijnde marinevloot van Genua. De hulpeloze stedelingen kwamen bij elkaar om te bidden in de kerk, gewijd aan Sint Maurus. Hun gebeden werden verhoord: door een onverklaarbare dikke mist op zee kon de vloot Izola niet zien liggen. Ze zagen wel een witte duif en omdat zij wisten dat zulke vogels nooit ver van de kust vlogen, besloten ze deze duif te volgen. Echter leidde de duif hen ver de zee op om vervolgens snel terug naar de kerk te vliegen. In haar bek droeg ze een olijftakje, symbool van vrede en veiligheid.

En zo bleef Izola vrij van de bezetting.

Deze afbeelding is niet afkomstig van de St. Mauruskerk, die ook op zondag gesloten was, maar van het veel oudere kerkje in het centrum: de Sta Maria Alietske (Maria Hemelopneming). Hier komt de duif, alhoewel ik in deze vogel eerder een zwaan of aalscholver zie, een paar maal voor. Je moet er wel even naar zoeken: het is een plafondschildering in een nis voor de zijdeur.

 

 

Waar het kleine stadjes betreft heeft mijn voorkeur om met de fiets door het centrum te zoeken naar kerken en kapellen: veel avontuurlijker om van torenspits naar torenspits te fietsen dan via een stadsplan te gaan zoeken. 
Na een dichte deur bij de Mauruskerk, nu naar beneden het oude centrum om te zien of ik daar meer succes heb op zondagmiddag. En opnieuw een gesloten deur. 
Tijd voor cappuccino en toch maar eens vragen waarom hier steeds die kerken niet toegankelijk zijn. Aha: ik kan om een sleutel vragen aan de overkant bij de wijnbar! 
En inderdaad: zonder problemen krijg ik de sleutel mee en onder blikken van verbazing van toeristen vanaf het terras maak ik zomaar de oude deur open en verdwijn naar binnen! Haha, heerlijk dit! En ik heb alle tijd nu voor mezelf om dit mooie kerkje van binnen te zien. Ook al doet het gebouw van buiten anders vermoeden, de binnenkant is rond, of meerhoekig in elk geval. 

Deze kerk is het oudste gebouw van Izola, de kerk werd gebouwd tussen de 11e en 13e eeuw en diverse keren gerestaureerd. Meer kan ik er helaas niet over vinden. 
Foto 1:
Hier wederom een duif die ongetwijfeld slaat op de hierboven genoemde legende.
Foto 2:
Het plafond. 

Foto 3: 
Ik had ook toegang als ik wilde in de kleedruimte van de pastoor, niet gedaan natuurlijk, maar wel om het hoekje dit mooie oude wijwaterbakje gefotografeerd waarin diverse sleutels lagen.
Foto 4:
Een tafereeltje waar ik warm voor loop: mijn geliefde zwart wit plavuizenvloer met een marmeren tafeltje bedekt met een antiek linnen, keurig gesteven lakentje. Laat de fantasie de vrije loop waar hier niet allemaal op kan staan.

 

Dus: wanneer je er bent: haal de sleutel op bij de Winebar Manzioli Zaror aan de overkant en natuurlijk drink je daar als dank iets lekkers of koop je een mooi flesje wijn. Ook verse jus, eindelijk.  

 

Supertevreden fiets ik langs de oever terug, met de wind in de rug (alhoewel dat met een e-bike niks uit maakt) en een vrolijk muziekje van de band Doolin. Een band die ik in 2010  voor het eerst hoorde en zag op het Celtic Festival in Lorient, Bretagne. En dit muziekje fietst zo heerlijk weg! LIFE IS GOOD!

En dit is een van mijn lievelingsliedjes van ze.

Zo mooi die jongen (Jacob Fournel) die haast met zijn tin whistle is vergroeid en dan die snelle unisono's samen met de accordeon. ONGELOOFLIJK!

 


16 sept 2017:                                                          Koper (SI)



13 sept 2017:                                                     Krkavče en Babiči (SI)



Vandaag een rondrit met de fietsen vanuit Smarje onder Koper, naar Krkvačje, langs de rivier de Dragonja, Babiči en over grote hoogte terug via Pomjan. Een afwisselende tocht met behoorlijk pittige stijgingen, afdalingen, zandpaden, geweldige panorama's en gevarieerd groen in het rivierdal.
Net voor Krkvačje buigt er een klein weggetje af naar boven met het bordje: KAMEN. Dat zocht ik.
En daar staat de Steen van Krkvačje: een anderhalf meter hoog exemplaar (1 meter nog onder de grond) bekend als een van de oudste bezienswaardigheden in deze Sloveense regio.
De steen vertoont aan beide zijden het reliëf van een menselijke gedaante met gespreide armen, gekruiste voeten en een halo om het hoofd. Bijgaande foto's tonen de duidelijkste van de twee.
Een legende verhaalt dat de steen in het verre verleden als schandpaal heeft gediend en men dus als straf aan de steen werden gebonden.
Er gaan ook verhalen rond dat tot in de vroege middeleeuwen de steen werd aanbeden op St. Vitusdag en met kerstmis en dat hier de start van de jaarlijkse processie plaats vond naar kerkjes in de buurt. Experts geloven echter dat de steen iets te maken heeft met de ruïnes van een Romeinse villa in de buurt: de nieuwe bewoners destijds beschouwden de steen als iets magisch, met genoeg ruimte er omheen en dat toen de verering van de steen is begonnen.
Wat in elk geval magisch is, is dat de steen niet uit deze regio kan komen en dus op de een of andere manier hier heen is gebracht, maar wanneer en door wie blijft onbekend.
Mijn eerste gedachte bij het zien van de steen waren de afbeeldingen uit het boek: 'Waren de goden kosmonauten" van Erich vond Daniken, ondanks dit meer op een halo duidt dan een helm-achtige vorm. Doch moet ik toegeven dat tezamen met de gespreide armen en gekruiste voeten de betekenis toch meer in de richting van een Christusfiguur gezocht moet worden.

 


We vervolgen het weggetje door de prachtige natuur naar beneden, richting de rivier de Dragonje en plotseling gaat het vlakke asfalt over in een hobbelig grindpad. Iets minder, daar onze fietsen daar niet echt op zijn ingericht en ik Max als passagier achter op heb. Maar het avontuur lokt en we kijken wel waar het toe leidt. Dan zien we het bord HISTRIA BOTANICA met de de symbooltjes drank en eten en als vanzelf draaien onze stuurtjes die richting op. Het pad wordt nauwer, hobbeliger en vooral steiler, zo steil dat ik besluit af te stappen om mijn fietsje verder omhoog te duwen.

Onze tocht wordt beloond: we treffen een wel zeer mooie plek aan met alleraardigste mensen: Jana en Matej, en een speelse jonge hond die ons respectievelijk met een brede lach en kwispelende staart verwelkomen. Het blijkt echter geen restaurant meer te zijn maar een aromatherapie-destilleerderij. Wat een paradijsje hier in the middle of nowhere.
Al snel worden we toch van drank voorzien en blijkt de eigenaar een enthousiast verteller. Wanneer hij hoort dat ik  grote belangstelling heb in legenden en geheimen beginnen zijn ogen nog meer te twinkelen dan ze al deden.
Hij vertelt dat we midden in een omgeving zijn aanbeland vol legenden en spannende geschiedenissen maar dat het voor hem lastig is alles in 1-2-3 te vertellen en dat het daarom beter zou zijn wanneer we een paar dagen komen logeren.
Ook wil hij me graag een boek uitlenen hier over maar daarvoor zou ik me de taal van het Sloveens machtig moeten zijn en helaas pindakaas dus. Wat jammer!
In het kort vertelt hij over de draak die hier gehuisd zou hebben, vandaar dat de rivier de naam Dragonje draagt, over een uitgebreid onderaards gangenstelsel vanuit hier tot aan de zee en dat daarom de boeren het land niet dieper mogen bewerken dan twee meter. Over een oude Romeinse weg die men heeft weten te traceren tot net buiten Trieste, maar dat hij zelf, hij is afkomstig uit deze omgeving, al veel en veel verder is gekomen naar het zuiden toe.
En dan vertelt hij me ook nog een geheim dat maar zeer weinigen weten: er zijn een paar lijnen te trekken in de vorm van een kruis hier in de omgeving waar bijzondere gebeurtenissen plaats vonden, niet altijd positief. Hij tekent het kruis in mijn landkaartje in. De tijd is nu te kort en we zouden beter een paar dagen daar komen dan kan hij me alles vertellen en laten zien.
Max heeft intussen genoeg van de mooie, maar zeer speelse jonge hond en is inmiddels de binnenkant van het huis aan het verkennen. Ook de jonge hond, die eerst nog Max gastvrij aan zijn bak liet snuffelen, begint nu zijn brokken grommend te verdedigen: tijd om langzaamaan weer op de fiets te stappen.
Maar eerst nog even een rondje door de destilleerderij: alle gemaakte oliën zijn afkomstig van planten en kruiden hier uit de omgeving. Uiteraard vertellen we Matej over neef Francesco die in Nieuw Zeeland op victoriaanse wijze zijn eigen parfums maakt en komen tot de conclusie dat het wel zou kunnen klikken tussen beide heren.

 

We nemen afscheid en ik citeer speciaal voor hem de quote die ik deze ochtend van een vriendin kreeg toegestuurd:
'een mens die sterft is als een museum dat brandt'
(Maurits Hassankhan, Surinaams historicus)

en sluiten af met de opmerking dat dat branden nog lang op zich mag mogen wachten en dat we de inhoud van onze musea nog lang mogen aanvullen.

De boodschap komt in elk geval wel over want hij zegt me:" ik ben opgegroeid met een oude wijze man in mijn buurt met wie ik als kind veel optrok. Hij heeft me erg veel verhalen verteld, legenden en geheimen uit deze wijde omgeving. Ik had ze op moeten schrijven en nu je dit zo zegt: ik moet wat ik nu nog weet eveneens gaan vastleggen".

Wij kwamen via een moeizaam binnendoor-weggetje, maar je blijkt er dus eenvoudig met de auto te kunnen komen. Ben je in de buurt dan is een bezoekje aan deze gastvrije mensen zeker de moeite waard. Je kunt er ook workshops volgen en overnachten:
Historica Botanica

En ben je in Nieuw Zeeland, dan is een bezoek aan zijn collega destilleerder, neef Francesco een must (natuurlijk).
Fragifert Parfumeur


Foto 1:
Na een kilometerslang breed kiezelpad langs de vruchtbare oevers van de Dragonje, die we helaas niet kunnen zien ondanks de veelbelovende tekst op de fietskaart, klimmen we weer naar boven naar het plaatsje Babiči. Daar ligt buiten het dorp, een paar kilometer richting Pomjan, een mooie ruine van een kerkje.
Dit kerkje wordt voor het eerst vernoemd in een schrijven van bisschop Agostini Valier in 1579 dus het moet minstens van die datum zijn.
Ruine is eigenlijk een verkeerde benaming, want het ziet er naar uit dat de kerk later gedeeltelijk is herbouwd met de originele stenen, getuige het cement wat gebruikt is. Er ligt ook een grote stapel rode dakpannen klaar alhoewel we de indruk krijgen dat deze worden gebruikt voor een in aanbouw zijnde villa net achter dit kapelletje ...
Foto 2:
De tekst: S. Ivan op deze gevelsteen geeft aan dat het hier gaat om het kerkje gewijd aan Sint Ivan en  St. Paul, maar de laatste staat er niet vernoemd. Aan het bolletje boven de gevelsteen met het kruisje er in gedrukt, kun je duidelijk zien dat het om een heropbouw gaat.
Foto 3:
Het interieur. Er ligt een plas water op de vloer en dat geeft een extra dimensie aan dit mooie bouwseltje.
Uit het rapport in 1579 blijkt dat beeltenissen van de twee heiligen Ivan en Paulus uit hout gesneden en vervolgens verguld, daar hebben gehangen en dat het altaar slechts geschilderd was, zonder verdere decoratie.


Wat een prachtig sfeertje voor opnamen, expositie, theater en zo maar om er te zijn. En hier mag ook Max naar binnen.

 

Les 1:
Parkeer uw fiets nimmer onder een kerktoren.

Stil protest tegen onze digitale navigatie van een levend exemplaar op 24 meter hoogte: alhoewel, zo stil was hij niet: de flats was luid en duidelijk te horen op een paar meter afstand.

 


12 sept 2017: Castello Miramare                                   Triest (I)




Dit prachtige kasteel ligt op een paar kilometer noordelijk van Triest en is gebouwd in de 19e eeuw voor Aartshertog Maximiliaan van Habsburg en zijn vrouw Charlotte van België.


Het verhaal rondom dit kasteel en hun eerste eigenaren is eigenlijk best een romantisch doch verdrietig verhaal.
Maximiliaan, een verwoed zeeofficier, week na een storm op zee uit naar een klein haventje bij Triest en na het zien van de nabije klif met prachtig uitzicht besloot hij hier zijn kasteel voor Charlotte en hem te bouwen. In tijd van 4 jaar was het in 1860 klaar. De architect was Carl Junker, die tekende naar de ideeën van de hertog zelf. En dat waren er nogal wat!
Zijn slaapkamer en werkkamer bijvoorbeeld moesten de sfeer nabootsen van zijn hut en kajuit op zijn fregatschip Novara, het oorlogschip waarop hij commandant was tussen 1857 en 1859: vrij klein en verlaagde plafonds: je waant je werkelijk op een schip. Het hele kasteel bevat talloze creatieve architectonische elementen, symbolieken en meubels van diverse stijlperiodes.


Terug naar het verhaal: Maximiliaan en Charlotte waren een kunstzinnig stel te noemen: hij had van kinds af aan al een grote voorliefde gehad voor bomen en planten en kon zich nu helemaal uitleven in de gigantische tuin bij het kasteel. Charlotte was muzikaal, speelde piano en schilderde niet onverdienstelijk. Nauwelijks hadden de beide tortelduifjes zich in het kasteel geïnstalleerd toen Maximiliaan tot keizer van Mexico benoemd, zeer tegen de zin van beide echtelieden maar er was geen ontkomen aan. En daar werd hij na drie jaar op 35 jarige leeftijd doodgeschoten. Charlotte, die al een jaar eerder terug was gekeerd om (vergeefs) steun te zoeken voor haar man bij Napoleon III en Paus IX, stortte door alle spanningen in en werd geestelijk ziek verklaard waarvan ze nooit meer heelde. Ook werd ze pas na maanden ingelicht over het overlijden van haar geliefde Max.
Ze werd een jaar later terug naar België gebracht waar ze in 1927 eenzaam stierf.


Keizerin Elisabeth, beter bekend als Sissy, betrok het kasteel daarna met haar zoon Rudolf. Immers was Maximiliaan de broer van Sissy's echtgenoot. Daar voltrok zich de volgende tragedie: Rudolf doodde eerst zijn vrouw en daarna zichzelf en in hetzelfde jaar werd Elisabeth door moord om het leven gebracht. Ook de volgende bewoners kwamen op niet natuurlijke wijze te overlijden. Nu is het van de staat en is het gehele kasteel te bezichtigen als museum en dat is maar goed ook.

 

Van links naar rechts:
Foto 1: De gehele begane grond van het kasteel is voorzien van dit lichtblauwe damast: zowel op de muren  als waarvan de gordijnen zijn gemaakt. Ook de motieven zijn ontworpen door Maximiliaan zelf: Te zien zijn de ananas, een bekend motief uit de late middeleeuwen en een keizerskroon op een anker (beter te zien op foto 4, geheel rechts).
Foto 2: Op de slaapkamer van de echtelieden staat helemaal in een hoekje gedrukt en voor een informatiezuil (grrrrr) dit kleine gotische altaartje.
Foto 3: Een portret van Charlotte, met de keizerlijke hermelijnmantel: zij was tenslotte nu keizerin van Mexico en een kroon. Van dit portret wordt gezegd dat dit het meest natuurgetrouwe portret van haar is.
Foto 4: Een kastje in het boudoir van Charlotte met zeven laden wat betekent: een la voor elke dag van de week. Leuk idee.

 


De gehele eerste verdieping, waar je komt via een indrukwekkende hal, is nu met rode damast aangekleed. Het overgrote deel van deze verdieping heeft Maximiliaan niet meer kunnen zien, maar zijn ideeën zijn zoveel mogelijk doorgevoerd.
Foto links:
Alle houten elementen zijn gemaakt van eikenhout: de plafonds zijn werkelijk fenomenaal: je moet gewoon gaan kijken hier wanneer je in de buurt bent. Aan de wand een portret van niemand minder dan de schoonzus: keizerin 'Sissy' die dus hier eveneens heeft gewoond.
Foto midden:
De kapel met een beperkt aantal zitbanken. Elk jaar op 6 juli, de verjaardag van Maximiliaan, wordt hier nog een misje gevierd.
Foto links:
Het bed van Maximiliaan, Hier moet me even wat van het hart. De informatie die ik hier geef, heb ik deels van de audiotoer en deels zoek ik aanvullingen op internet. Nu had ik een ongelooflijk verhaal gelezen ergens over dit bed. Dit bed zou namelijk het huwelijkscadeau zijn aan Charlotte en Max van Paus IX! Ik vond dat al merkwaardig, een paus die een bed cadeau doet, maar oke: het prikkelde mijn nieuwsgierigheid wel natuurlijk. Daarbij werd beschreven dat het bed blijkbaar vervloekt was, want al die in het bed hadden geslapen zouden een gewelddadige dood sterven in het buitenland. Nu klopt dat heel aardig (zie eerste alinea over de geschiedenis)
Maar: Tijdens de audiotoer werd duidelijk dat de Paus helemaal geen bed cadeau had gedaan, maar wel de twee kleine brave ronde tafeltjes met ingelegde mozaïek.     Weg opmerkelijk verhaal...
Vandaag nog eens gezocht her en der en wat blijkt? Ook de Wikipedia-schrijver over dit kasteel is blijkbaar op dit fantastische verhaal van de Amerikaanse blogschrijfster gestoten en heeft het klakkeloos overgenomen.
En zo komt den leugen in den lande!
Wikipedia is soms best gemakkelijk maar dus in het geheel niet betrouwbaar. Weer eens bevestigd. Het blijft zoeken en verifiëren, zoeken en verifiëren, maar dat maakt het ook wel weer leuk!

 

Mocht je kasteel Miramare eens bezoeken, de entree bedraagt 10 euro p.p. en neem zeker een audiotoer.
Heerlijke koffie met wat lekkers vind je in het paviljoen, zo'n kleine 100 meter in het park. Kies toch een droge dag want het botanische park is zeer de moeite waard om te bezoeken. Parkeren kan tot dicht bij het kasteel, wel opletten: er wordt gesuggereerd dat het 4 euro kost, maar dat geldt alleen voor het eerste uur, daarna wordt het flink bijbetalen en het kan alleen contant, dus even rekening mee houden. Of 100 meter extra lopen wanneer je gratis wilt parkeren.

 


11 sept 2017:                                                              Dagje standplaats (SI)


Het weer is, zoals overal op dit ogenblik, bar en boos te noemen. Het mag de pret niet drukken: we staan op vier meter van de Middellandse Zee en we houden het binnen droog, warm en gezellig.

Foto links: 
Prachtige uitzichten met zulk weer: je kunt de buien letterlijk zien hangen. Het regent kennelijk in Grado, Noord-Italië. 
Een paar tankers liggen al dagen te wachten vooraleer ze de haven van Koper binnen mogen varen.
Foto midden:
Stilleventje van drie sappige vijgen op een Brabants theedoekje. Still voor even, want nadat ik de foto heb genomen heb ik ze direct met smaak verorberd. Heerlijk!
Foto rechts:
Ook maatje Max(r) vermaakt zich hier prima: er lopen nogal wat West Highland terriërs rond.


10 sept 2017:                                                                             Koper (SI)


Het mooie oude centrum van de havenstad Koper bevat een aantal kloosters en kerken. Vandaag op mijn fietsje door de soms hobbelige middeleeuwse steegjes gezworven om ze zonder kaart te vinden. Knap lastig omdat niet alle kerkjes een hoge klokkentoren bevatten of omdat de ingangen soms vrij onopvallend zijn. Dan is het nog maar de vraag of ze geopend zijn. Vandaag waren dat er slechts twee.

Van links naar rechts:
Foto 1:Interieur kloosterkerk Santa Anna. Klooster en kerk zijn gebouwd gedurende de 15e tot in de 17e eeuw. Tot de Tweede Wereldoorlog was dit een van de rijkste sacrale gebouwen in de verre omgeving. Het bezat een uitgebreide bibliotheek en een collectie van bekende meesters als Carpaccio, Santacroce, Vivarini en Palma Jr. die hier werden tentoongesteld. Het meest attractieve gedeelte heden zijn de laat gotische kerkbanken uit de 15e eeuw en een barok orgel.
Foto 2:
In de linkerzijde is een zijkapel gewijd aan Sint Antonius. Hij wordt altijd afgebeeld met een boek en een klein kind dat hier vervaarlijk op de rand balanceert.

 

Foto 3:
Interieur van Capucijnerklooster-kerk Santa Martha. Gebouwd vanaf 1621.
Zelf weet ik nooit zo goed raad met het bezoeken van een orthodoxe kerk: tot hoever mag ik lopen, in hoeverre mag ik wat fotograferen? Temeer omdat ik door een opening in de achterwand een priester zich zag verkleden. 
De achterwand, bezaait met iconen, wordt een iconoclast genoemd. Dit is een vrij bescheiden exemplaar overigens. 

In 1054 ontstond er de grote scheuring, genaamd het grote schisma, binnen de christelijke kerk tussen de oosters-orthodoxe kerk aan de ene en de Rooms-katholieke aan de andere kant.

Het orthodoxe geloof verschilt nogal wat met het katholieke. Teveel om hier te beschrijven maar enkele opvallende kenmerken zijn bijvoorbeeld dat zij de Paus niet als plaatsvervanger van Jezus op aarde zien en hem dus ook geen onfeilbaarheid toekennen. Bisschoppen zijn volgelingen van de apostelen en niet van Jezus.
Verder geloven ze niet in het vagevuur (dat is wel mooi meegenomen) en staan ze geen scheiding toe tussen man en vrouw (dat is dan weer minder).
Dopelingen worden in plaats van een sprenkeling met water volledig ondergedompeld en de priesters mogen zijn gehuwd, behalve de bisschoppen want zij worden altijd gekozen uit monniken.
De liturgie is anders: men staat in plaats van zitten en is onveranderlijk: het blijft zoals het was en er is een grotere afstand tussen de priesters en de bezoekers. In die zin wordt het orthodoxe statischer en strenger gezien dan het katholicisme dat veel meer naar buiten is gericht. Ook omdat het orthodoxe zich meer op mystiek, spiritualiteit en inkeer richt dan het katholicisme.
En deze vond ik ook wel opmerkelijk: het slaan van een kruis is geheel het tegenovergestelde dan hoe katholieken het doen: in plaats van boven naar beneden en vervolgens van links naar rechts, beginnen zij van beneden naar boven en van rechts naar links, daarbij de vingertoppen van duim, wijs- en middelvinger tegen elkaar aan houdend.

Ik wil jullie (en mezelf) niet vermoeien met de hele geschiedenis en verdere inhoud dus indien je dit interessant vindt is hier een uitgebreide link.

Foto 4:
Altijd weer indrukwekkend, deze verzameling van altaartjes en versieringen. Ik moet me hier nog eens in gaan verdiepen wat het allemaal betekent dus in deze ben ik even in gebreke. Ik kom er zeker op terug.

Waar ik wel aan moet denken wanneer ik iconen zie, is een fragment van conferencier Herman Finkers. Hij heeft het over een bezinningsweek of weekend in een klooster om tot rust te komen. Op het programma staat op een bepaalde dag: workshop iconen schilderen.
De cursisten of cliënten zitten klaar en de workshopleider begint: "Vandaag gaan we iconen schilderen. Hier hebben we een icoon, voorstellende de Maagd Maria (of zoiets) en deze icoon schilderen wij ... rood."

 

 


8 sept 2017:                                                                               Triest (I)


Van links naar rechts:
Foto 1:
Voetballen ter hoogte van een meter of twintig zijn een voor mij bekend beeld in Zuid-Europa: wat heb ik er al veel gezien en altijd rijst bij mij dan de vraag: doen ze het er om (gelukkig niet door de ruiten) en hoe lang liggen ze er al of worden de ramen maar zelden gewassen? 
Foto 2:
Wederom een wikkelkindje en zo te zien van vrij recente datum. Gespot in de Mariakapel van deze kerk. Tja, ze komen in allerlei soorten zullen we maar zeggen. 
Foto 3: Interieur van de kerk (tekst volgt)
Foto 4: Een fraai Mariabeeld. Datum en maker niet te achterhalen.


8 sept 2017:  Basilica de Santa Maria Assunta                     Muggia Vecchia (I)


Vandaag stappen we op de fiets om via Muggia Vecchia (Oud Muggia) Triest te bezoeken. Het is klimmen geblazen, zo'n 300 meter steil omhoog naar dit oude plaatsje en bovenaan gekomen staat er wederom een mooie oude basiliek als beloning.
Het is de Basilica de Santa Maria Assunta te midden van oude restanten van muren, eens een nederzetting doch vernietigd in 1354 door het toenmalige staatje Genua.

 

Foto links:
Dit moet de heilige Catherina zijn, gekleed als Byzantijnse keizerin, dus waarschijnlijk een van de oudst aanwezige fresco's, Laat Byzantijns.
Foto midden:
Fresco's van latere data. Opvallend is hoe goed ze zijn bewaard en hoe helder de kleuren nog zijn.
Foto rechts: Een gigantisch grote en grof geschilderde Christoffel, daterend uit de 13e eeuw met rechtsonder de tekst dat wie hier naar kijkt, deze dag niet zal sterven aan een onverwachte dood.

Foto links:
Rondom de basiliek zijn ongeveer een 12 tombes gevonden met steeds ca 11 geraamten er in: familieleden die gezamenlijk werden begraven. Een typerend middeleeuws gegeven ten aanzien van de dood was anonimiteit: slechts een enkele gesp van een riem was in het graf toegevoegd. (Foto van infobord)
Foto midden:
Het koor wordt afgescheiden door twee lage muurtjes van marmer met een lijstversiering van ingekerfde negende eeuwse motieven.
Foto rechts:
En dit is wellicht de meest bijzondere preekstoel die ik ooit gezien heb.
Het preekstoelgedeelte wordt bereikt door een binnentrap en het geheel rust op vier pilaren. De boekensteun is eveneens van marmer en wordt zijdelings gesteund door twee hoofden. Het geheel is een beetje uit verhouding en ook de decoratie is qua stijl uiteenlopend dus je kunt er vanuit gaan dat het op een bepaald moment is gerestaureerd met behulp van oudere bestaande onderdelen. Al met al een aantrekkelijk bouwsel wat intrigeert.

 

Meer historische en architectonische details van dit mooie monument vind je op deze uitgebreide omschrijving.

 

 


6 sept 2017:  Kathedraal  Sta. Maria Assunta                                        Koper (SI)


De kathedraal van Maria Tenhemelopneming (Duomo Maria Assunta) vind je op het mooie Titoplein, midden in het oude centrum van Koper. Gebouwd in de vijftiende eeuw op de resten van een oudere Romaanse kathedraal. Net zoals in de meeste kerken hier kom je enorme grote kunstwerken tegen. In deze kathedraal onder meer van de Venetiaanse schilders Vittorio en Benedetto Carpaccio. Eén van de kostbaarste bezittingen van de kathedraal is een ivoren kist uit het Byzantijnse tijdperk. De kathedraal is altijd geopend voor het publiek behalve als er een mis aan de gang is.


Vanmiddag was er een bruiloft gaande: wat een vrolijkheid hier!
Het gezelschap, allen feestelijk en smaakvol uitgedost, begaf zich urenlang op het plein. Zonder drank werden ze om de tien minuten door de fotograaf voor het ene gebouw naar het andere gesleept onder het genot van maar liefst vier accordeonisten, of liever gezegd: trekzakkisten, die er uitbundig op los speelden. De bruid liep van hot naar her en ik had moeite om de bruidegom er bij te vinden. Oude mannen dansten met de armen over elkaars schouders een of ander folkloristisch dansje en de omstanders hadden de grootste lol. Intussen werden op het plein voorbereidingen getroffen voor een straattheaterfestival waarvoor zo nu en dan de rookmachines moesten worden uitgetest, zeer tot ongenoegen van het overvloedige hooggehakt vrouwelijk schoon die dan met een gilletje van plaats veranderden. Voeg daarbij de luide klokslagen van de beroemde en te bezoeken kloktoren toe en het schouw- en hoorspel is compleet.
Het festival heet overigens FRIVOLUS en uitgezonderd de serveerster van het eeuwenoude koffieterras op het plein die onherroepelijk toe is aan een cursus fatsoen en klantvriendelijkheid  is dit woord echt van toepassing op deze omgeving.

 

De schilderijen kan ik eindeloos fotograferen maar daar begin ik maar niet aan, daar is genoeg over te vinden. Ik ben op zoek naar datgene wat NIET wordt vernoemd maar wel mijn aandacht trekt. Dit gehavende beeld bijvoorbeeld. 

Naast het beeld hangt een tekst...in het Sloveens, dus daar kan ik niet veel mee.

Het moet toch een bepaalde bedoeling hebben om zo'n beeld tussen alle eeuwenoude en waardevolle kunst te plaatsen. Niemand te zien die het voor me kan vertalen, dus ik besluit een foto van de tekst te nemen en naar de Touris-Info aan de overkant te gaan met de vraag of zij het voor me kunnen vertalen.

Zeer behulpzaam aan dat loket, maar het blijkt wat lastig: de tekst blijkt een soort van lied of vers te zijn over wat mensen elkaar aan kunnen doen: 'wat voor moeder heb je gehad, dat je zo'n haat bij je draagt?' et cetera. Het enige wat ze me kan vertellen is dat er vorig jaar in november 2016 iets met het beeld gebeurd is, maar wat en waar en hoe staat er niet bij en zij heeft geen flauw idee. Het laat zich raden.

 

Update 16 september: Vanavond uit gaan eten in Koper. Alles dicht, geen kip over straat, dus van gezellige avonddrukte in een middeleeuws centrum is geen sprake. Bij navraag blijkt dat zaterdagavond in Slovenië geenszins een uitgangsavond is. Toch nog wat gevonden op de boulevard. Wanneer we naar de auto teruglopen komen we weer langs de kathedraal: heee nog open. Max in het portaal vastgebonden en snel even binnen kijken of er iemand is. Ik denk de koster, in elk geval een oude magere man met een sleutel komt ons tegemoet. Zonder wat te vragen gebaart hij binnen te komen en de hond op te pakken. Achter ons sluit hij de grote zware deur en begint over de kerk te vertellen, dat er tien pilaren zijn die de tien geboden voorstellen, het geheel waar alles op steunt. Terwijl we naar voren lopen, vertelt hij in gebroken Engels het een en ander en controleert tegelijkertijd of er zich geen verstekelingen bevinden in de biechtstoelen door de paars fluwelen gordijnen open en dicht te schuiven. En dan komen we bij het gehavende Mariabeeld aan waardoor we eindelijk te horen krijgen wat er gebeurd is vorig jaar in november. Het bleek een gestoorde te zijn die met een aks de kerk in is gelopen en op het beeld heeft ingeslagen en ook op de de piëta in de middeleeuwse kapel vooraan. Ze hebben hem kunnen oppakken doordat alles duidelijk op de camera stond. Tja hoe komt iemand zo wanhopig, dat kan van alles zijn natuurlijk. Wel triest. Door een grote zware zijdeur met vijf soorten sloten worden we weer netjes buiten gelaten.


27 aug - 3 sept  2017: Op zoek naar de Catacombenheiligen


In 2016 ontdekte ik het boek: Heavenly Bodies, Cult Treasures & Spectacular Saints from the Catacombs. Geschreven en gefotografeerd dor Paul Koudounaris en raakte gefascineerd door de foto's. Ik wilde dit fenomeen graag eens met eigen ogen aanschouwen en in deze nazomer 2017 kreeg ik de kans. We vonden een camping in Breithental, Zuid duitsland, welke omringd is door kerken met deze 'Heilige Leiber' dus mijn week kan niet meer stuk.
(Helemaal naar beneden scrollen voor het begin naar 27 augustus)

Wat zijn deze zogenaamde catacombenheiligen?
In 1578 werd door toeval een ondergrondse begraafplaats ontdekt in Rome, waar de skeletten van duizenden mensen uit de 1e tot 3e eeuw na christus werden gevonden. Door deze leeftijd werden ze al snel beschouwd als vermoorde katholieke martelaren. Ze werden naar de Duitstalige landen vervoerd om de heilige relieken te vervangen welke aldaar door de protestanten waren geplunderd en vernietigd
Veelal door nonnen werden de skeletten op kunstzinnige wijze versierd met goud en juwelen en later in barokke stijl aangekleed en vervolgens tentoon gesteld in vitrines als reminder wat de gelovigen aan spirituele rijkdom te wachten zou staan na de dood.

 

Ruim drie eeuwen lang fungeerden deze Heilige Leiber als wonderdoeners en beschermheiligen van hun parochies totdat de twijfel over de echtheid toe sloeg tegen het einde van de 19e eeuw. Vanaf die tijd vormden ze langzaam aan een bron van schaamte voor de katholieke kerk en de meeste werden vernietigd of verborgen.

Wil je het blog van deze zoektocht van het begin af aan lezen, scroll dan helemaal naar onderen naar dag 1 :
27 augustus 2017.


3 sept 2017     Serviten-kirche      Innsbruck


3 september 09.00:. Buiten is het 4 graden, binnen loeit de kachel: tijd om verder te trekken. 
Gisterenavond vergeten brood te bestellen en aangezien we nog niet in Inssbruck zijn geweest, besluiten we daar een lekker zondagsochtendontbijtje te nuttigen.
Onder het befaamde Gouden Dak in de Altstadt nog een warme Apfelstrudel met cappuccino en opgewarmd zijn we weer. 
En als klap op de vuurpijl toch nog een catacombenheilige gevonden. 

In de Maria-Theresien-strasse 42 bevindt zich de barokke Servietenkerk. Een orde, gesticht in 1614 door Anna Katharina von Conzaga Mantua, de weduwe van aartshertog Ferdinand van Tirol. Na een brand werd in 1620 het klooster heropgebouwd en deze kerk toegevoegd. 
Foto links: de plafondschilderingen dateren van rond 1950 en zijn van de hand van kunstenaar Hans Andre.
Foto midden: De schildering achter het altaar stelt stichteres Anna Katharina voor als kind.
Foto rechts: een zijaltaar gewijd aan Maria. Het schilderij is een kopie van een origineel dat in Florence hangt, voorstellende de Annunciatie. Daarvoor een fraai beeld van Maria met de kleine Jezus en onder het altaar een drietal schrijntjes met relieken.

 

Een close up van de drietal schrijntjes. Het lijken de schedels van een volwassene met twee kinderen te zijn, maar ook hier helaas nog niets over kunnen vinden.

 

 


Wanneer je via de hoofdingang van de kerk gewoon direct doorloopt richting het klooster, dan krijg je aan je linkerhand de bijzondere Peregrini-Kapelle, gebouwd in 1731. Het valt op door de louter zwart-witte decoraties en bijzonder stucwerk aan het plafond. Eindeloos en tevergeefs gezocht naar meer informatie over deze kapel en met name wie er onder het altaar met een bloemenkransje om het hoofd is geplaatst. Wie het weet, mag het me mailen.


 

Je moet goed kijken, anders zie je deze catacombenheilige over het hoofd. Hij ligt in een vitrine naast het zwart-witte altaar in de kapel. Ook hier wederom geen namen. Helaas ook niemand te zien van het klooster of kerk aan wie ik dat zou kunnen vragen noch wordt er in geen enkele publicatie over de kerk over gerept. Het zou toch zeer goed kunnen zijn dat men er geen aandacht meer aan wil schenken nadat het schandalige feit, dat het wellicht gewoon geraamtes zijn waaraan namen gegeven werden, aan het licht kwam.
Omdat dit waarschijnlijk de laatste catacombenheilige is die ik tijdens deze reis zal tegen komen voeg nog wat meer informatie toe:

Over de kosten van het decoreren van zo'n geraamte bijvoorbeeld: een zeer kostbare onderneming.
* Naast echte juwelen waren ook goede imitatiejuwelen zeer duur: er waren destijds maar een beperkt aantal bedrijven die dit konden leveren met name uit Venetië. Maar meestal werden echte (half)edelstenen gebruikt.
De Salem-Abdij (D) gebruikte bijvoorbeeld meer dan 1000 edelstenen voor hun catacombenheiligen waaronder diamanten, amethysten, robijnen en smaragden.
Voor 'das Heilige Leib' van Sint Clemens in de St. Matteuskirche in Dormettingen werd in 1753 een bedrag van 898 goudstukken neergeteld. Een enorm bedrag want in die tijd woog een goudstuk ca 3,6 gram goud. Met de huidige koers  zou het versieren van 1 heilige rondom de 100.000 euro kosten!

Hoe liep het af met de Holy bodies, de Heilige Leiber:
In 1782 liet de Oostenrijke keizer-koster Jozef II al 700 kloosters sluiten die niet direct bezig waren met onderwijs of zorg: als de echtheid van de catacombenheiligen niet kon worden vastgesteld werden ze verwijderd en vernietigd. Hierna volgde Napoleon zijn voorbeeld en lokale magistraten plunderden de juwelen en het goud ter eigen verrijking.
Andere catacombenheiligen werden aangevreten door insecten of gingen teloor aan verwaarlozing. Rijke burgerij en lokale adel zagen kans zich te ontdoen van de concurrerende macht die de kerk immers had.
De catacombenheiligen werden verplaatst naar zijaltaren en reliekschrijnen waarna ze uiteindelijk in de vergetelheid geraakten en velen werden anoniem begraven nadat ze waren ontdaan van het goud en de juwelen.
Het verwijderen ging niet altijd zonder slag of stoot: in Rottenbuch bijvoorbeeld moest het leger worden ingeschakeld om de duizenden verdrietige gelovigen te kalmeren die hun catacombneheiligen Primus en Felicianus zagen vertrekken.

Na het tweede Vaticaanse concilie besloten ook kerken zelf de resterende heiligen te verwijderen en vaak belandden ze in opslagplaatsen tussen oude stoelen en banken. Soms werden ze gewoon vernietigd en anderen kwamen in musea terecht.
En in sommige gevallen bleef men, tot op de dag van vandaag, de catacombenheiligen vereren zoals in Roggenburg (zie post van 27 augustus hier onder aan dit blog) en 200 jaar later haalden de inwoners van Rottenburg meer dan 14.000 mark op om hun heiligen terug te halen waarna ze in glazen reliekschrijnen zijn gelegd zodat iedereen ze weer kan zien. niet enkel als catacombenheiligen, maar als verpersoonlijking van een band die generaties met elkaar verbindt en als weerstand tegen een kille, relationele wereld.*

* Bron: Heavenly Bodies en Hystoriek (Yves Pernet)

 


2 sept 2017  Kapel Wilgefortis maar het werd de Pfarrkirche Axams (O)


Deze middag doorgereden naar Axams omdat zich daar bij de kerk een ondergrondse kapel uit 1666 zou bevinden, gewijd aan de heilige Wilgefortis oftewel St. Ontcommer. Mijn voorliefde voor het bespreken van vrouwelijke heiligen is inmiddels wel bekend en de legende van Wilgefortis behoort echt tot de categorie ongelooflijk. Mijn teleurstelling was dan ook behoorlijk groot toen bij aankomst bleek dat de deur naar de ondergrondse kapel eigenlijk nooit meer open ging. Door het raampje keek ik naar binnen en zag dat de oude stenen trap naar beneden nu dienst deed als opslag van het onderhoud van de kerk. Een dame in de buurt die ik hier over aansprak zei me dat ik het beste terug kon komen tijdens een dienst en dan vriendelijk vragen of de koster de deur voor mij zou willen open maken. Helaas zit dat er wegens tijdgebrek niet meer in.

Het verrassende interieur van de kerk in Axams. Redelijk grotesk weer voor een dorp met een kleine 3000 inwoners.

Gebouwd in 1732 met stucwerk van Anton Giggl. De schildering van het hoofdaltaar is gemaakt door Johan Georg Grassmayr.

 

Foto links: een beeld van Jezus, geketend aan de muur in het St. Michaelskapelletje. Ik heb zoiets nog nooit gezien dus kan er nog niets zinnigs over zeggen. Wordt vervolgd.
Foto rechts: nog een klein kapelletje dat zich links van de kerk bevindt. Zeer eenvoudig maar wederom een nis met primitieve schilderingen er op van schreeuwende mensen in het vagevuur. Ik ben het al vaker tegen gekomen en vond dat ik het nu maar een keer moest laten zien. Rechtsboven wederom een geketend Jezusfiguur.

 

Naast de kerk bevinden zich nog een tweetal kapelletjes. Dit zijn afbeeldingen van het plafond in de romaanse Sankt Michaelskapelle met een hele reeks heiligen afgebeeld. Ook hier kon ik maar beperkt fotograferen omdat de onlangs overleden pastoor van deze gemeente hier stond opgebaard te midden van giga bossen bloemen.

 


2 sept 2017  Ridder Oswald en de Bloedhostie     Seefeld (O)


Op Witte donderdag 1384 eiste Oswald Milsern een grote hostie, net zoals de priester altijd gebruikte en geen kleine zoals het gewone volk kreeg. Uit angst voor deze bruut ging de pastoor akkoord.
Echter toen hij de hostie op de tong legde van Oswald, werd de harde kerkvloer week als modder en de ridder zakte er tot zijn knieën in. Hij wilde zich nog met zijn hand aan de stenen altaarwand vasthouden maar ook deze werd zo week als was. De pastoor trok de hostie snel uit Oswalds mond en toen kon hij zich weer bevrijden. Daar waar hij de hostie in contact was geweest met zijn tong vormden zich bloeddruppels. Oswald viel direct op zijn knieën en toonde diep berouw voor zijn hoogmoed. Een van zijn dienaren rende naar huis om het zijn vrouw te vertellen, die het verhaal absoluut niet geloofde en zei dat de dode stam voor haar huis nog eerder rozen zou laten bloeien dan dat dit waar kon zijn. Direct ontsproten er rozen aan de stam welke ze kwaad van de stam trok en kapot trapte. Ze werd direct gestraft: als een krankzinnig rende ze het bos in waar ze verhongerde. 

 

Foto links: het interieur van de St. Oswald Kirche.
Enigszins verwarrend zijn de beeltenissen met levensgeschiedenissen van beide Oswalden. De heilige werd onthoofd, de Oscar van de Heilige Hostie sleet zijn laatste jaren in het klooster van Stams. Door de legende werd deze kerk en dus ook Seefeld een druk bezocht pelgrimsoord. Architectonisch is deze kerk belangrijk: het mooiste netribbengewelf van Tirol.

Achterin het altaar, waar ik dus helaas niet dichterbij kon komen. Het schijnt dat de afdruk van de steunende hand van ridder Oswald nog steeds te zien zou zijn in het marmer.
Foto midden: processievaandels. Op de tweede van links is de uitvergroting te zien die ik hier boven al geplaatst heb over Oswald.
Foto 3: De bloedhostie van ridder Oswald gaf in 1575 opdracht de Heilig-Blut-Kapelle boven in de kerk in te richten. Uiteraard weer afgescheiden door een groot smeedijzeren hek maar nog goed zichtbaar is het altaar, waar eens de gouden kelk met de bloedhostie werd bewaard. De hostie werd gedurende de Eerste Wereldoorlog verkast naar het klooster in Sams en is nu in zijn geheel verdwenen, waar hij zich bevindt weet niemand. Ook goed zichtbaar is het gestucte plafond met schilderingen over de wonderlijke geschiedenis van ridder Oswald.

Pfarrkirche St. Oswald
Maximilianweg 29
Seefeld
Elke dag geopend van 08.00 tot 18.00

 


2 sept 2017 Het Wonderbaarlijke Kruis van Seefeld (O)


In Seefeld, Tirol, staat dit mooie kapelletje: Seekirchlein genaamd, net buiten het stadje. Het is gebouwd naar aanleiding van een gebeurtenis in 1626. Aanvankelijk gebouwd op een eilandje waar eens de inmiddels verdwenen Kreuzsee was.
De voordeur stond open maar helaas was het niet mogelijk verder dan het portaal te komen vanwege tralies: te begrijpen, maar na het gastvrije Zuid Duitsland waar we net vandaan kwamen, toch even wennen.
Er doet een vreemd verhaal de ronde over dit beeld, maar ik zal je eerst de legende vertellen.

Er was eens een vrouw uit het dorpje Fliess, genaamd Barbara Haisjackl, die in 1626 op bedevaart ging naar Seefeld, naar de St. Oswaldkerk.
Daarna bezocht ze, na vroom volksgebruik, nog even het kapelletje waar dit kruisbeeld hing. Ze knielde neer, bad en smeekte om vergeving voor al haar begane zware zonden. Tot ze plots een stem hoorde, die zeer duidelijk uit de mond van het heilige beeld kwam, die sprak: 'Je zonden zijn vergeven. Kom weder!"

Natuurlijk snelde ze naar het dorp om dit de pastoor te vertellen en liep daarna diep gelukkig en met een gerust hart terug naar huis.
Na twee jaar gebeurde precies hetzelfde, maar nu waren er zes getuigen bij. Beide voorvallen werden keurig opgeschreven en het afschrift van de oorkonde werd later in het kerkje gehangen.

Snel daarna, in hetzelfde jaar nog, reed de destijds regerende landvorst en aartshertog Leopold met zijn jachtgevolg voorbij. Als van een onzichtbare macht gestuurd, hield hij plotseling halt en keek lang naar het beeld. Hij werd er zo door bevangen dat hij van het paard steeg en zijn biechtvader, die in zijn gevolg mee was gekomen, vroeg ter plekke een schuldbekentenis af te nemen. Daarna bad en huilde hij nog een hele tijd bij het beeld, zo had het beeld hem gegrepen.
Natuurlijk moest er een kapelletje gebouwd worden in zijn opdracht en dat gebeurde in 1628, op een eilandje in een in de 15e eeuw kunstmatig aangelegd meer.
(Bron: Sagen.at)
Het is een schattig kerkje wat direct in het oog springt tegen de achtergrond van het gebergte en dient nog steeds als pelgrimsoord. Sindsdien zijn er vele wondertjes bekend, getuige de vele dankbriefjes en exvoto's die er hangen, maar helaas niet zichtbaar voor publiek.

 

En dan nu dat vreemde verhaal wat de ronde doet:
Pelgrims zouden in het verleden een lok haar afgeknipt hebben van zijn hoofd om als aandenken mee te nemen. En het wonderbaarlijk er aan was dat er voor ieder genoeg was daar het haar direct weer aangroeide.
In brochures wordt het natuurlijk afgedaan als een volks bijgeloof waar verder geen aandacht aan geschonken moet worden, maar ja, dit gegeven hoort toch in het blog: ONGELOOFLIJK!

 

Seekirchlein Heiliges Kreuz
Mosererstrasse
Seefeld

 


31-08-17: Krumbach (D)


Tja en dan blijkt dat er op 5 kilometer afstand van onze standplaats nog een kerk te zijn waar al drie eeuwen lang een catacombenheilige huist. Op de valreep, want morgen trekken we door naar Oostenrijk, toch nog even gaan kijken.

En wederom worden we vergast op een prachtig interieur, waarbij de dubbele balkonpartij wel het meest in het oog valt.

St. Michaelskirche
Franz-Aletsee Strasse 12
Krumbach
Openingstijden:
za-zo-ma: gesloten
dinsdag     13:30–16:00
woensdag  08.30-12.00
donderdag 14:00–18:00
vrijdag       10:00–13:00        

En in deze St. Michaelskerk ligt niemand minder dan St. Valentijn! Op zich zegt het niet veel, immers blijken de echte relieken van St. Valentijn, bij leven een bisschop, in zijn geboorteplaats Terni, Italië, te liggen. Er werden, zoals eerder besproken, gewoon namen gegeven aan geraamten die refereerden aan heiligen die eerder waren geplunderd of dat ze gewoon Valentijn heetten en heilig werden bevonden omdat ze nu eenmaal als martelaren gezien werden gezien de sterfdatum.
Een leuk detail is echter wel, dat het hier elk jaar op 14 februari erg druk blijkt te zijn met liefdespaartjes die toch even samen naar Valentijn komen kijken, een kaarsje opsteken en bidden om een voorspoedig en gelukkig samenzijn.

Via deze link lees je hoe men in Krumbach toch blijft geloven dat het hier om de echte Valentijn gaat en hoe men nog elk jaar deze dag hier viert met een heilige mis, met alles er op en er aan.   
Want:  „Nix gwiß wois ma it!“  is hier de leus!

En wat dat precies betekent vertel ik je morgen. :-D

Wie Valentin nach Krumbach kam - weiter lesen auf Augsburger-Allgemeine: http://www.augsburger-allgemeine.de/guenzburg/Wie-Valentin-nach-Krumbach-kam-id28807512.html

 

Foto links: Er zijn nergens zoveel grappen gemaakt als over het katholieke geloof en dan vooral door de katholieken zelf. Ook hier in deze kerk mag er af en toe een grapje gemaakt worden. Dat blijkt uit de tekst op de achterkant van een wekelijks kerkblaadje voor senioren dat hier achter in de kerk lag. Een typisch rooms-katholiek grapje:

'Een weduwe laat voor haar overleden man een aantal missen opdragen. "Of mijn man zaliger nog steeds lijdt in het vagevuur?" vraagt ze daarna aan de pastoor. "Nou, tot aan zijn knieën zeker nog wel!" antwoordt hij in de hoop op meerdere missen die ze aanvraagt (want die moet je uiteraard betalen). "In dat geval laten we het hier maar bij" zegt de vrouw, "want hij had steevast koude voeten!".


Foto rechts: Naast het enorme schilderij staan de beide apostelen Petrus en Paulus. Als je goed kijkt, zie je dat de stralenkrans van Paulus in feite een hanenkam is.

 


30-08-17: Ursberg (D)


De Ursberger Abdij werd in 1130 door Bisschop Hermann von Augsburg gesticht. Het is eveneens een Premonstratense-orde, oftewel een Norbertijnenorde en daarmee de eerste op Zuid Duits grondgebied. In eerste instantie een dubbelklooster, dus er woonden ook nonnen, maar na een brand in 1142 zijn ze vertrokken en bleven de Norbertijnen achter. Ook dit klooster bleef niet verschoond van verwoesting door brand en plundering gedurende de dertigjarige oorlog en wederopbouw volgde in de tweede helft van de 17e eeuw.

Vanaf 1884 startte Dominikus Ringeisen met de opvang van geestelijk en lichamelijke gehandicapten en later werden ook ouderen- en ziekenverpleging toegevoegd. Momenteel bevinden zich er ook werkplaatsen voor gehandicapten. Er wonen nu zo'n 1300 cliënten binnen de muren van de abdij.
Het geheel ademt een vriendelijke en open sfeer: in het restaurantje drink je gezellig tussen de bewoners je cappuccinootje. In de abdijwinkel vind je eerlijke producten van uiteenlopende aard, deels afkomstig uit de diverse werkplaatsen.

Foto: interieur kloosterkerk St. Johannes Evangelist und Petrus.
Aanvang bouw vond in 1224 plaat maar werd einde 1700 flink aan de binnenkant afgewerkt. Opvallend daarbij is het hele smalle diepe koor waardoor je blik naar het hoogaltaar wordt getrokken. En wat gebeurt hier allemaal veel!
Enorm veel vergulde beeldhouwwerken, diverse stijlen door elkaar heen, maar wat direct opvalt wanneer je binnen komt is toch wel de drie houten vroeg middeleeuwse figuren die er hangen, voorstellende Jezus aan het kruis, Maria en Johannes aan weerszijden.
Het Jezusbeeld dateert van rond 1180, Lombardische stijl en de twee andere figuren uit ca 1230, Romaans. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat ze aan een muur in de rechterzijbeuk zouden komen hangen, maar ze zijn pontificaal vooraan op het koor en voor het altaar gehangen en dit geeft de kerk een extra diepte.
Detail: tot aan het begin van de 13e eeuw werd Jezus met 4 spijkers aan het kruis bevestigd, dus de voeten naast elkaar en elk voorzien van een spijker.

Het kerkorgel is gebouwd door de bekendste en belangrijkste orgelbouwer hier in Zuid Duitsland: Johann Nepomuk Holzhey.

In de zij altaren bevinden zich op behoorlijke hoogte de catacombenheiligen: Candidus en Caritas. Zij bevonden zich al in de kerk sinds 1689 en werden einde 18e eeuw voorzien van een mooi barokpakje zodat zij beter in het interieur pasten.
Deze catacombenheiligen wijken af van hun naburige lotgenoten daar zij in staande houding werden geposteerd.

 

Aan de achterzijde, meteen rechts bij binnenkomst, is een wandschrijn ingericht voor Sint Getreu. In eerste instantie ligt ze er wat sobertjes bij, maar wanneer je goed en aandachtig kijkt, ontwaar je de prachtige details.

Is dit niet mooi? Je zou zeggen bij het zien van deze foto's dat het over een sprookjesprinsesje gaat uit de Efteling. Maar ze behoren toe aan Getreu, hier boven in het schrale schrijntje. Ik moet wel toegeven dat de kleurrijke details slechts dan goed zichtbaar zijn na wat kleuren opgehaald te hebben.
Even wat vertellen over hoe ik gefotografeerd heb: van zo dichtbij mogelijk, gewoon op automatisch en zonder flits. Het is bijzonder lastig omdat het vrij donker is in de kerk en je last hebt van het spiegelende glas. Maar met een beetje verdiepen van de kleur en wat aanpassingen links en rechts met een simpel fotoprogrammaatje kom je een heel eind.
Wil je echt de details zeer goed bekijken, schaf dan het boek aan van Paul Koudounaris of google naar afbeeldingen van hem met de titel: Holy Bodies. Hij heeft namelijk het voorrecht gehad de bodies zonder het glas ervoor te mogen fotograferen. Ik ben hem er zeer dankbaar voor want zonder zijn boek had ik nooit deze boeiende zoektocht gemaakt of me alleen maar verwonderd wat dit toch zouden kunnen zijn.

 


29-08-17: Bad Schussenheim (D)


Na al deze 'zwaarte' qua barok en luguberte bracht het bezoek aan Kloster Schussenried wat meer lucht in meerdere opzichten.
Het klooster zelf werd in 1183 reeds gesticht en net zoals vele religieuze gebouwen hier in de omgeving gedurende de dertigjarige oorlog door brand grotendeels verwoest. Rond 1750 werd o.l.v. architect Dominikus Zimmermann een nieuw congrescentrum gebouwd. 

Heden vertegenwoordigt het hele complex een verzameling aan kunstwerken daterend tussen late romantiek en rococo met als absolute hoogtepunt de grote bibliotheekzaal. De verzameling van boeken gold als de kostbaarste en meest uitgebreide van het Duitstalige gebied.

Wie nu denkt een megaverzameling aan oude boeken aan te treffen, zoals in Engeland bijvoorbeeld, komt bedrogen uit.

Het voelde alsof we binnenstapten in een sprookjesachtig decor waarop elk moment een operette kon beginnen. De boeken bevinden zich achter de met boeken beschilderde deuren. De ruimte doet ook dienst als trouwzaal, vandaar de stoelopstelling.
Nog een luchtig detail: ergens op de plafondschildering tref je een pater aan met vleugels: dit is de ondernemende Caspar Mohr die in de 17e eeuw een vliegapparaat bouwde van veren en vleugels en er op los experimenteerde.

 

Nog een luchtig aspect vormt het museum dat bereikbaar is door een zijingang in de kloosterkerk. Op verzoek wordt deze geopend door een aardige gastvrouw die aanwezig is in de kerk. Middels een oude stenen trap beland je in het kleine, doch allermooist museum alwaar ik deze schattige kastjes aantrof.
Het betreffen kleine kindjes Jezus uit was gevormd liggend op een mooi bedje.
De twee kindjes rechts zijn de zogenaamde: wikkelkindjes.
Wellicht interessant om te weten:
Tot einde van de twaalfde eeuw werden de kindjes Jezus afgebeeld in wikkeldoekjes. Door Franciscus van Assisi en zijn volgelingen werd in West-Europa een nieuw ideaal gepropageerd: de heilige armoede. De grot verdween en werd vervangen door een stal of een vervallen ruïne en het kindje naakt. Omdat dat toch wel erg koud werd lieten Duitse en Nederlandse schilders een eeuw later Jozef zijn sokken of beenkappen uittrekken om het kindje te verwarmen.
De kleine vitrines hierboven zijn ca 50 cm breed en dateren uit de 19e eeuw.

 

 

En hier achter dit schilderij zou St. Valentijn liggen. De doeken die voor de schrijnen hangen beelden het leven van de betreffende heiligen uit.
Een doek voor een schrijn of altaar wordt ook wel een antependium genoemd, alhoewel dit meestal uit textiel bestond: een versierde lap die voor het altaar hing: een gebruik uit de 4e eeuw.

Opvallend is hoe weinig hierover wordt geschreven, zowel op internet als op de kleine brochures die te koop worden aangeboden in de kerken zelf. Ook de gidsen in de kerk willen er niet veel over kwijt en zijn verbaasd en lijken licht gechoqueerd wanneer ik het boek van Paul Koudounaris laat zien waar alle Heilige Leiber te zien zijn. Alleen de museumwinkel in Roggenburg is zeer enthousiast en willen alle details over de bestelwijze. Ze verbazen zich er echter over dat het boek alleen in het Engels is verschenen. Maar zogezegd: verder is er niets maar dan ook niets over te vinden ter plekke. Niet gek natuurlijk, gezien de geschiedenis rondom deze geraamtes en het toch in stand willen houden van de cultus in de vorm van de processies die nog in sommige kerken plaats vinden en niet op de laatste plaats de commercie als doel denk ik zo. 
Halverwege de 18e eeuw begonnen archeologen zich bezig te houden met de afkomst van de catacombenheiligen en werd vastgesteld dat de doden waren gestorven na de heerschappij van eerste christenkoning Constantijn de Grote en hadden dus geleefd in de periode NA de christenvervolgingen op een paar na. Dit was uiteraard een grote klap. Achter de schermen begon ook de kerk zelf met het terugdringen van onfrisse praktijken, al kon zij niet alles stoppen. En ook de protestante gemeenschap vonden de manier waarop de katholieken met de heiligen omgingen afkeurenswaardig en hoe ook vooral kinderen enthousiast gemaakt werden. Er werden gruwelijke verhalen geschreven waarbij de paus 's nachts bij een maanloze nacht afdaalde in de catacomben om willekeurig een lichaam 'met rotte beenderen' uit te kiezen.
Ik zal aan het einde van deze week meer schrijven over het verdere verloop.

 

 

En om de luchtigheid compleet te maken loopt er ook nog eens een uitgebreide tentoonstelling over de mens en lucht, genaamd:  'Schweben-Fliegen-Fallen'.  Diverse installaties zijn uitgestald over twee verdiepingen met tal van ruimtes.
Vooral dit object sprak ons zeer aan: een wolkenbed gemaakt van katoenpluizen. Rechts een werk in de vorm van een grote paardenbloem. Je wil het natuurlijk aanraken maar dat mag niet. De kunstenares heeft daartoe een bak met pluizen geplaatst waar je met hartenlust in de pluizen mag woelen.

 

 


29-08-17: Kisslegg (D)


De St. Gall en St. Ulrichkerk is wederom verrassend. In de 8e eeuw is de basis al gelegd maar het interieur krijgt pas halverwege de 18e eeuw zijn huidige uiterlijk. Er is verschrikkelijk veel te zien maar mijn oog is natuurlijk gericht op de Holy Bodies en die zijn direct te vinden links en rechts van het altaar. 

Voor de 15e eeuw ontstond inmiddels een handeltje met relikwieën. Handelaren verkochten schaamteloos beenderen en schreven ze toe aan een heilige. Soms waren het beenderen van dieren, zoals men een twintig jaar geleden ontdekte dat een bot wat toegeschreven was aan Jeanne d'Arc, een hondenbeen bleek te zijn. Van sommige heiligen verschenen drie of meer handen op de markt, en als we alle splinters van het kruis die bewaard zouden zijn van het kruis van Jezus, dan moet het een immens groot kruis zijn geweest, afgezien van het feit hoe lang een  houten kruis bewaard kon blijven. Om nog maar te zwijgen over het aantal voorhuidjes van Jezus, dat zouden er 14 zijn...In het concilie van Trente (1545-1563) maakte de katholieke kerk hier een einde aan en werden relikwieën gereguleerd.

Tegelijkertijd werd besloten de gehate relikwieen in te zetten als wapen tegen de Reformatie: er werden nu complete heiligen ingezet: 'er is niets waarvoor ze meer beven en verachten' zei kardinaal Robertus Bellarminus.
Foto: hier ligt St. Severinus. De geraamtes werden in een natuurlijke poses gelegd om de parochianen zoveel mogelijk van de echtheid te doen overtuigen.

Bizar maar tegelijkertijd zeer kunstig hoe de skeletten zijn versierd met goud, edelstenen, halfedelstenen of glas.
Het werk werd door nonnen gedaan. Hier in Kisslegg door de Franciscanessen die in het naastgelegen klooster woonden.
Monniken waren meestal verantwoordelijk voor het maken van het decor in de vitrine.

Het was een wonder wanneer een skelet 'heelhuids' vanuit Rome in de plaats van bestemming aan kwam in die tijd. Er werden vaak beenderen gemist of delen vielen uit elkaar. De replica's werden van hout, was en papier macher geconstrueerd. Het lijf werd doorgaans gevuld met een houten torso en wanneer schedels ontbraken, maakten ze vervangende exemplaren van keramiek of hout. 
Foto rechts: Het geraamte en de schedel werden eerst voorzien van een beschermende laag dierlijke lijm en daarna overtrokken met een dun gaas als bescherming tegen stof en andere invloeden. Soms werden lagen gaas gebruikt en een enkele keer zeer fijne zijde, zo dun dat het alleen van dichtbij te zien is. Vanaf 1700 gebruikte men een zeer fijn tule waaruit men kan concluderen dat het versieren van de geraamten pas vanaf die tijd begon daar zijde pas uit het Oosten kon worden meegenomen vanaf die tijd.
Foto links: als je de foto met een klik vergroot zie je het ragfijne kant dat alleen gezien is hier in Kisslegg, waardoor men er vanuit mag gaan dat dit typisch handwerk is behorend bij de Franciscaner nonnen alhier.
Foto midden: de ringen met edelstenen waren giften van rijke mensen. Vaak gaven de nonnen ook attributen in de handen zoals hier een palmtak.

(Bron: 'Holy bodies'  van Paul Koudounaris)


27-08-17: Roggenburg (D)


Zoals bijna elke kerk hier in de omgeving is het pracht en praal en valt je mond bijna open bij het zien van zoveel (overdadig) moois, beeldhouwwerk, goud, schilderingen en versieringen.
Ik viel met mijn neus in de boter qua activiteiten: er was een repetitie gaande van een klassiek koor met orkest, zo ongelooflijk goed dat de rillingen over mijn rug liepen.
Helaas kon ik daardoor niet 'mijn heilige Leiber' bezoeken omdat we de kerk niet vrij konden bezichtigen. Dan maar even luisteren naar dit prachtige concert. Op een gegeven moment mocht ik toch even naar voren om de catacombenheiligen te bezoeken en tot mijn verbazing bleken de zangers en zangeressen van zeer jeugdige leeftijd te zijn met een kwaliteit die je in Nederland niet tegen zult komen.  

In de kerk van Roggenburg liggen de Heiligen: Deodatus, Laurentia, Severina, Valeria en Venatius. Jammergenoeg heeft Roggenburg er eveneneens voor gekozen de aangeklede skeletten te verbergen door geschilderde doeken voor de vitrines te hangen. Linkerfoto: de vitrine van Valeria met schildering en rechterfoto laat Venantius zien. Deze rechterfoto is echter gemaakt op de enige dag van het jaar waarop de schilderingen worden weggehaald en de lijken letterlijk uit de kast komen om in processie te worden rondgedragen.

Een maal per jaar, op 15 augustus, Maria Hemelvaart, viert men hier nog ieder jaar het zogenaamde: Leiberfest. Een groots gebeuren natuurlijk: voorafgaande aan een heilige mis worden de skeletten door jonge mensen in processie rondgedragen. De meisjes dragen de vier heilige dames en de jongens de enige heer in het gezelschap. 

Het is de enige dag dat de Heilige Leiber te zien zijn.

Op deze foto wordt de heilige Severina gedragen.

Afbeelding rechts: Een oorkonde die de authenticiteit van de heilige zou bevestigen.
Hoe werden de beenderen geïdentificeerd?
In het verleden was dit een beetje natte vingerwerk: Paus Damascus I (4e eeuw na Christus) schreef dat je beenderen van martelaren kon herkennen doordat ze bovennatuurlijk gloeiden en Gregorius van Tours meende een geur van heiligheid waar te nemen.
Het concilie van Trente eiste voortaan meer bewijs van rationele aard. Zodra men zeker wist dat de beenderen tot een christelijke martelaar behoorde 'doopte' men de beenderen: men gaf ze een christelijke naam indien de naam niet bekend was. Men plaatste er sint voor omdat de persoon een martelaarsdood was gestorven.
Dit zorgde al snel voor problemen want zo werden er bijvoorbeeld meerdere Sint-Benedictussen gecreëerd Sommige pauselijke medewerkers die dit probleem hadden zien aankomen, gaven verschillende catacombenheiligen de naam Sint-Anonymus, Sint-Incognitus of Sint-Innominabilis.

  

'Maria Gottes von Einsiedeln' 

Kunstenaar onbekend
19e eeuw

Koperets op folie.

Prachtig! Zo te zien is de ets hier en daar uitgesneden en over het folie heen gelijmd. Het krijgt een ikoon-achtig uiterlijk.

Een paar maanden geleden zag ik ergens een artikel over een kunstenares die deze techniek gebruikte op verschillende achtergronden. Jammer, niet bewaard. Wie dit artikel toevallig heeft bewaard: ik houd me aanbevolen!

Te zien in het museum, net naast de ingang van de kerk: een bezoek is zeker aan te bevelen.

Van links naar rechts:

1: In de 18e eeuw verschijnen naast houten kruisen, ook gesmede kruisen met geschilderde afbeeldingen er op. 
2: Prent, ets met de hand ingekleurd, omlijst door het zogenaamde : Klosterarbeit, de Duitse benaming voor het kunstige handwerk door nonnen gemaakt. 
3: Klosterarbeit, filigrain met (half)edelstenen of gekleurd kostbaar glas met in het midden een medaillon van was.

4: In de kerk tref je in een zijbeuk dit altaartje aan met onder een beeld van Jezus in een wat ongemakkelijke houding.

Na de eerste kennismaking met de Heilige Leiber, dat wil zeggen, een beetje teleurgesteld omdat ik er niet echt bij kon komen en de skeletten verborgen bleven achter schilderingen, was het bezoek aan Roggenburg echter zeer de moeite waard. 
Een abdij zonder abdijwinkel bestaat ook hier niet en met deze mooie fles Secco uit eigen brouwerij van Roggenburg sluiten we deze dag uitstekend af!

  

Informatie Abdij / Klostermuseum Roggenburg:

Klosterstrasse 7
89297 Roggenburg
April-Oktober: donderdag t/m zondag: 14.00 - 17.00 uur
November- Maart: zaterdag-zondag: 14.00 - 17.00
Gratis entree
Restaurant aanwezig

INLEIDING van dit blog:   Op zoek naar de catacombenheiligen.

 

In 2016 ontdekte ik het boek: Heavenly Bodies, Cult Treasures & Spectacular Saints from the Catacombs. Geschreven en gefotografeerd dor Paul Koudounaris en raakte gefascineerd door de foto's. Ik wilde dit fenomeen graag eens met eigen ogen aanschouwen en in deze nazomer 2017 kreeg ik de kans. We vonden een camping in Breithental, Zuid duitsland, welke omringd is door kerken met deze 'Heilige Leiber' dus mijn week kan niet meer stuk.

Wat zijn deze zogenaamde catacombenheiligen?
In 1578 werd door toeval een ondergrondse begraafplaats ontdekt in Rome, waar de skeletten van duizenden mensen uit de 1e tot 3e eeuw na christus werden gevonden. Door deze leeftijd werden ze al snel beschouwd als vermoorde katholieke martelaren. Ze werden naar de Duitstalige landen vervoerd om de heilige relieken te vervangen welke aldaar door de protestanten waren geplunderd en vernietigd
Veelal door nonnen werden de skeletten op kunstzinnige wijze versierd met goud en juwelen en later in barokke stijl aangekleed en vervolgens tentoon gesteld in vitrines als reminder wat de gelovigen aan spirituele rijkdom te wachten zou staan na de dood.

 

Ruim drie eeuwen lang fungeerden deze Heilige Leiber als wonderdoeners en beschermheiligen van hun parochies totdat de twijfel over de echtheid toe sloeg tegen het einde van de 19e eeuw. Vanaf die tijd vormden ze langzaam aan een bron van schaamte voor de katholieke kerk en de meeste werden vernietigd of verborgen.