Op zoek naar de catacombenheiligen         2017


Dit blog over de catacombenheiligen heb ik al in september 2017 geschreven, maar omdat het onderdeel betreft van een compleet reisblog is het lastig te vinden. Op verzoek van velen plaats ik het hier nogmaals maar beperk me tot de geraamtes en laat details over de overige (schitterende) bezienswaardigheden van de interieurs weg. Deze kun je eventueel zelf vinden in het allereerste reisblog.


In 2016 ontdekte ik het boek: Heavenly Bodies, Cult Treasures & Spectacular Saints from the Catacombs. Geschreven en gefotografeerd door Paul Koudounaris en raakte gefascineerd door de foto's. Ik wilde dit fenomeen graag eens met eigen ogen aanschouwen en in deze nazomer 2017 kreeg ik de kans. We vonden een camping in Breithental, Zuid duitsland, welke omringd is door kerken met deze 'Heilige Leiber' dus mijn week kan niet meer stuk.

Wat zijn deze zogenaamde catacombenheiligen?
In 1578 werd door toeval een ondergrondse begraafplaats ontdekt in Rome, waar de skeletten van duizenden mensen uit de 1e tot 3e eeuw na christus werden gevonden. Door deze leeftijd werden ze al snel beschouwd als vermoorde katholieke martelaren. Ze werden naar de Duitstalige landen vervoerd om de heilige relieken te vervangen welke aldaar door de protestanten waren geplunderd en vernietigd
Veelal door nonnen werden de skeletten op kunstzinnige wijze versierd met goud en juwelen en later in barokke stijl aangekleed en vervolgens tentoon gesteld in vitrines als reminder wat de gelovigen aan spirituele rijkdom te wachten zou staan na de dood.

 

Ruim drie eeuwen lang fungeerden deze Heilige Leiber als wonderdoeners en beschermheiligen van hun parochies totdat de twijfel over de echtheid toe sloeg tegen het einde van de 19e eeuw. Vanaf die tijd vormden ze langzaam aan een bron van schaamte voor de katholieke kerk en de meeste werden vernietigd of verborgen.


27 augustus 2017: Roggenburg (D)

 

Foto links:

In de kerk van Roggenburg liggen de Heiligen: Deodatus, Laurentia, Severina, Valeria en Venatius. Jammergenoeg heeft Roggenburg er eveneneens voor gekozen de aangeklede skeletten te verbergen door geschilderde doeken voor de vitrines te hangen.
Foto midden:
De vitrine van Valeria met schildering en rechterfoto laat Venantius zien. Dezefoto is echter gemaakt op de enige dag van het jaar waarop de schilderingen worden weggehaald en de lijken letterlijk uit de kast komen om in processie te worden rondgedragen.

Foto rechts:

Een maal per jaar, op 15 augustus, Maria Hemelvaart, viert men hier nog ieder jaar het zogenaamde: Leiberfest.
Een groots gebeuren natuurlijk: voorafgaande aan een heilige mis worden de skeletten door jonge mensen in processie rondgedragen. De meisjes dragen de vier heilige dames en de jongens de enige heer in het gezelschap. 

Het is de enige dag dat de Heilige Leiber te zien zijn.

Op deze foto wordt de heilige Severina gedragen.

 

 

Een oorkonde die de authenticiteit van de heilige zou bevestigen.

Hoe werden de beenderen geïdentificeerd?

In het verleden was dit een beetje natte vingerwerk: Paus Damascus I (4e eeuw na Christus) schreef dat je beenderen van martelaren kon herkennen doordat ze bovennatuurlijk gloeiden en Gregorius van Tours meende een geur van heiligheid waar te nemen.

Het concilie van Trente eiste voortaan meer bewijs van rationele aard. Zodra men zeker wist dat de beenderen tot een christelijke martelaar behoorde 'doopte' men de beenderen: men gaf ze een christelijke naam indien de naam niet bekend was. Men plaatste er sint voor omdat de persoon een martelaarsdood was gestorven.

Dit zorgde al snel voor problemen want zo werden er bijvoorbeeld meerdere Sint-Benedictussen gecreëerd Sommige pauselijke medewerkers die dit probleem hadden zien aankomen, gaven verschillende catacombenheiligen de naam Sint-Anonymus, Sint-Incognitus of Sint-Innominabilis.

 


28 augustus 2017: Kissleg (D)

 

De St. Gall en St. Ulrichkerk te Kissleg is wederom verrassend. In de 8e eeuw is de basis al gelegd maar het interieur krijgt pas halverwege de 18e eeuw zijn huidige uiterlijk. Er is verschrikkelijk veel te zien maar mijn oog is natuurlijk gericht op de Holy Bodies en die zijn direct te vinden links en rechts van het altaar.  
Foto: hier ligt St. Severinus. De geraamtes werden in een natuurlijke poses gelegd om de parochianen zoveel mogelijk van de echtheid te doen overtuigen.

Voor de 15e eeuw ontstond inmiddels een handeltje met relikwieën. Handelaren verkochten schaamteloos beenderen en schreven ze toe aan een heilige. Soms waren het beenderen van dieren, zoals men een twintig jaar geleden ontdekte dat een bot wat toegeschreven was aan Jeanne d'Arc, een hondenbeen bleek te zijn. Van sommige heiligen verschenen drie of meer handen op de markt, en als we alle splinters van het kruis die bewaard zouden zijn van het kruis van Jezus, dan moet het een immens groot kruis zijn geweest, afgezien van het feit hoe lang een  houten kruis bewaard kon blijven. Om nog maar te zwijgen over het aantal voorhuidjes van Jezus, dat zouden er 14 zijn...In het concilie van Trente (1545-1563) maakte de katholieke kerk hier een einde aan en werden relikwieën gereguleerd.

 

Tegelijkertijd werd besloten de gehate relikwieën in te zetten als wapen tegen de Reformatie: er werden nu complete heiligen ingezet: 'er is niets waarvoor ze meer beven en verachten' zei kardinaal Robertus Bellarminus.
Foto: hier ligt St. Severinus. De geraamtes werden in een natuurlijke poses gelegd om de parochianen zoveel mogelijk van de echtheid te doen overtuigen.

 

Bizar maar tegelijkertijd zeer kunstig hoe de skeletten zijn versierd met goud, edelstenen, halfedelstenen of glas.

Het werk werd door nonnen gedaan. Hier in Kisslegg door de Franciscanessen die in het naastgelegen klooster woonden.

Monniken waren meestal verantwoordelijk voor het maken van het decor in de vitrine.

 

Het was een wonder wanneer een skelet 'heelhuids' vanuit Rome in de plaats van bestemming aan kwam in die tijd. Er werden vaak beenderen gemist of delen vielen uit elkaar. De replica's werden van hout, was en papier macher geconstrueerd. Het lijf werd doorgaans gevuld met een houten torso en wanneer schedels ontbraken, maakten ze vervangende exemplaren van keramiek of hout.

Foto links:
Wanneer je de foto met een klik vergroot zie je het ragfijne kant dat alleen gezien is hier in Kisslegg, waardoor men er vanuit mag gaan dat dit typisch handwerk is behorend bij de Franciscaner nonnen alhier.
Foto midden:
De ringen met edelstenen waren giften van rijke mensen. Vaak gaven de nonnen ook attributen in de handen zoals hier een palmtak.

Foto rechts:
Het geraamte en de schedel werden eerst voorzien van een beschermende laag dierlijke lijm en daarna overtrokken met een dun gaas als bescherming tegen stof en andere invloeden. Soms werden lagen gaas gebruikt en een enkele keer zeer fijne zijde, zo dun dat het alleen van dichtbij te zien is. Vanaf 1700 gebruikte men een zeer fijn tule waaruit men kan concluderen dat het versieren van de geraamten pas vanaf die tijd begon daar zijde pas uit het Oosten kon worden meegenomen vanaf die tijd.

 

29 augustus 2017: Bad Schussenheim, Kloster Schussenried

 

Hier achter dit schilderij zou St. Valentijn liggen. De doeken die voor de schrijnen hangen beelden het leven van de betreffende heiligen uit.
Een doek voor een schrijn of altaar wordt ook wel een antependium genoemd, alhoewel dit meestal uit textiel bestond: een versierde lap die voor het altaar hing: een gebruik uit de 4e eeuw.

 

Opvallend is hoe weinig hierover wordt geschreven, zowel op internet als op de kleine brochures die te koop worden aangeboden in de kerken zelf. Ook de gidsen in de kerk willen er niet veel over kwijt en zijn verbaasd en lijken licht gechoqueerd wanneer ik het boek van Paul Koudounaris laat zien waar alle Heilige Leiber te zien zijn. Alleen de museumwinkel in Roggenburg is zeer enthousiast en willen alle details over de bestelwijze. Ze verbazen zich er echter over dat het boek alleen in het Engels is verschenen.

Maar zogezegd: verder is er niets maar dan ook niets over te vinden ter plekke. Niet gek natuurlijk, gezien de geschiedenis rondom deze geraamtes en het toch in stand willen houden van de cultus in de vorm van de processies die nog in sommige kerken plaats vinden en niet op de laatste plaats de commercie als doel denk ik zo. 

Halverwege de 18e eeuw begonnen archeologen zich bezig te houden met de afkomst van de catacombenheiligen en werd vastgesteld dat de doden waren gestorven na de heerschappij van eerste christenkoning Constantijn de Grote en hadden dus geleefd in de periode NA de christenvervolgingen op een paar na. Dit was uiteraard een grote klap. Achter de schermen begon ook de kerk zelf met het terugdringen van onfrisse praktijken, al kon zij niet alles stoppen. En ook de protestante gemeenschap vonden de manier waarop de katholieken met de heiligen omgingen afkeurenswaardig en hoe ook vooral kinderen enthousiast gemaakt werden. Er werden gruwelijke verhalen geschreven waarbij de paus 's nachts bij een maanloze nacht afdaalde in de catacomben om willekeurig een lichaam 'met rotte beenderen' uit te kiezen.

30 augustus 2017: Ursberg (D)

 


In de zij altaren bevinden zich op behoorlijke hoogte de catacombenheiligen: Candidus en Caritas. Zij bevonden zich al in de kerk sinds 1689 en werden einde 18e eeuw voorzien van een mooi barokpakje zodat zij beter in het interieur pasten.

Deze catacombenheiligen wijken af van hun naburige lotgenoten daar zij in staande houding werden geposteerd.

 

Aan de achterzijde, meteen rechts bij binnenkomst, is een wandschrijn ingericht voor Sint Getreu. In eerste instantie ligt ze er wat sobertjes bij, maar wanneer je goed en aandachtig kijkt, ontwaar je de prachtige details.

 

 

Is dit niet mooi? Je zou zeggen bij het zien van deze foto's dat het over een sprookjesprinsesje gaat uit de Efteling. Maar ze behoren toe aan Getreu, hier boven in het schrale schrijntje. Ik moet wel toegeven dat de kleurrijke details slechts dan goed zichtbaar zijn na wat kleuren opgehaald te hebben.

Even wat vertellen over hoe ik gefotografeerd heb: van zo dichtbij mogelijk, gewoon op automatisch en zonder flits. Het is bijzonder lastig omdat het vrij donker is in de kerk en je last hebt van het spiegelende glas. Maar met een beetje verdiepen van de kleur en wat aanpassingen links en rechts met een simpel fotoprogrammaatje kom je een heel eind.

Wil je echt de details zeer goed bekijken, schaf dan het boek aan van Paul Koudounaris of google naar afbeeldingen van hem met de titel: Holy Bodies. Hij heeft namelijk het voorrecht gehad de bodies zonder het glas ervoor te mogen fotograferen. Ik ben hem er zeer dankbaar voor want zonder zijn boek had ik nooit deze boeiende zoektocht gemaakt of me alleen maar verwonderd wat dit toch zouden kunnen zijn.

 

31 augustus 2017: Krumbach (D)

 

En in deze St. Michaelskerk ligt niemand minder dan St. Valentijn! Op zich zegt het niet veel, immers blijken de echte relieken van St. Valentijn, bij leven een bisschop, in zijn geboorteplaats Terni, Italië, te liggen. Er werden, zoals eerder besproken, gewoon namen gegeven aan geraamten die refereerden aan heiligen die eerder waren geplunderd of dat ze gewoon Valentijn heetten en heilig werden bevonden omdat ze nu eenmaal als martelaren gezien werden gezien de sterfdatum.
Een leuk detail is echter wel, dat het hier elk jaar op 14 februari erg druk blijkt te zijn met liefdespaartjes die toch even samen naar Valentijn komen kijken, een kaarsje opsteken en bidden om een voorspoedig en gelukkig samenzijn.

Via deze link lees je hoe men in Krumbach toch blijft geloven dat het hier om de echte Valentijn gaat en hoe men nog elk jaar deze dag hier viert met een heilige mis, met alles er op en er aan.   

 

3 september 2017: Servitenkirche, Innsbruck (O)

 

Wanneer je via de hoofdingang van de kerk gewoon direct doorloopt richting het klooster, dan krijg je aan je linkerhand de bijzondere Peregrini-Kapelle, gebouwd in 1731. Het valt op door de louter zwart-witte decoraties en bijzonder stucwerk aan het plafond. Eindeloos en tevergeefs gezocht naar meer informatie over deze kapel en met name wie er onder het altaar met een bloemenkransje om het hoofd is geplaatst. Wie het weet, mag het me mailen.

 

 

Je moet goed kijken, anders zie je deze catacombenheilige over het hoofd. Hij ligt in een vitrine naast het zwart-witte altaar in de kapel. Ook hier wederom geen namen. Helaas ook niemand te zien van het klooster of kerk aan wie ik dat zou kunnen vragen noch wordt er in geen enkele publicatie over de kerk over gerept. Het zou toch zeer goed kunnen zijn dat men er geen aandacht meer aan wil schenken nadat het schandalige feit, dat het wellicht gewoon geraamtes zijn waaraan namen gegeven werden, aan het licht kwam.

Omdat dit waarschijnlijk de laatste catacombenheilige is die ik tijdens deze reis zal tegen komen voeg nog wat meer informatie toe:

 

Over de kosten van het decoreren van zo'n geraamte bijvoorbeeld: een zeer kostbare onderneming.

* Naast echte juwelen waren ook goede imitatiejuwelen zeer duur: er waren destijds maar een beperkt aantal bedrijven die dit konden leveren met name uit Venetië. Maar meestal werden echte (half)edelstenen gebruikt.

De Salem-Abdij (D) gebruikte bijvoorbeeld meer dan 1000 edelstenen voor hun catacombenheiligen waaronder diamanten, amethysten, robijnen en smaragden.

Voor 'das Heilige Leib' van Sint Clemens in de St. Matteuskirche in Dormettingen werd in 1753 een bedrag van 898 goudstukken neergeteld. Een enorm bedrag want in die tijd woog een goudstuk ca 3,6 gram goud. Met de huidige koers zou het versieren van 1 heilige rondom de 100.000 euro kosten!

 

 

 

Hoe liep het af met de Holy bodies, de Heilige Leiber:
In 1782 liet de Oostenrijke keizer-koster Jozef II al 700 kloosters sluiten die niet direct bezig waren met onderwijs of zorg: als de echtheid van de catacombenheiligen niet kon worden vastgesteld werden ze verwijderd en vernietigd. Hierna volgde Napoleon zijn voorbeeld en lokale magistraten plunderden de juwelen en het goud ter eigen verrijking.
Andere catacombenheiligen werden aangevreten door insecten of gingen teloor aan verwaarlozing. Rijke burgerij en lokale adel zagen kans zich te ontdoen van de concurrerende macht die de kerk immers had.
De catacombenheiligen werden verplaatst naar zijaltaren en reliekschrijnen waarna ze uiteindelijk in de vergetelheid geraakten en velen werden anoniem begraven nadat ze waren ontdaan van het goud en de juwelen.
Het verwijderen ging niet altijd zonder slag of stoot: in Rottenbuch bijvoorbeeld moest het leger worden ingeschakeld om de duizenden verdrietige gelovigen te kalmeren die hun catacombenheiligen Primus en Felicianus zagen vertrekken.

Na het tweede Vaticaanse concilie besloten ook kerken zelf de resterende heiligen te verwijderen en vaak belandden ze in opslagplaatsen tussen oude stoelen en banken. Soms werden ze gewoon vernietigd en anderen kwamen in musea terecht.
En in sommige gevallen bleef men, tot op de dag van vandaag, de catacombenheiligen vereren zoals in Roggenburg (zie post van 27 augustus hier onder aan dit blog) en 200 jaar later haalden de inwoners van Rottenburg meer dan 14.000 mark op om hun heiligen terug te halen waarna ze in glazen reliekschrijnen zijn gelegd zodat iedereen ze weer kan zien. niet enkel als catacombenheiligen, maar als verpersoonlijking van een band die generaties met elkaar verbindt en als weerstand tegen een kille, relationele wereld.*

 

* Bron: Heavenly Bodies en Hystoriek (Yves Pernet)

 

 

 

Natuurlijk was ik al door het boek geïnspireerd om wat met dit gegeven te doen. Gisteren (10 november 2017) wekte ik (na veel zwoegen maar ook bijzonder veel plezier)  dit wezentje eindelijk  'tot leven':
Ik heb haar 'Corpus Corvus'  (Het Lichaam van de Kraai) genoemd.

De foto laat slechts een detail zien en zij maakt onderdeel uit van mijn huidige project De Heele Santenkraem.