De Kunstpastoor van Eschfeld


Onlangs las ik een boek over de Eifel, waarin de schrijver begon met het feit, dat het altijd zo jammer is dat je pas op latere leeftijd geïnteresseerd raakt in de omgeving waar je bent opgegroeid of al langere tijd woont. Je maakt (verre) reizen en weet vaak meer van de geschiedenis van historische gebouwen daar dan pal in je eigen omgeving. Maar...het is nooit te laat!
Zo kwam ik er pas na 10 jaar achter, nota bene van eigen vrienden die ik met de mountainbike op pad had gestuurd, dat een kilometer of 15 hier verderop toch wel een zeer bijzonder kerkje te zien was. Ik moest tot mijn schaamte bekennen dat ik geen flauw idee had waar dat gehuchtje zou moeten liggen en daarnaast zien veel kerkjes in het voorbij gaan er hier hetzelfde uit: vrij simpel van bouw, wit en een torentje. Zo ook dit kerkje. Maar je mond valt open bij binnenkomst. Terecht 'ongelooflijk' ...

'In het voorbij gaan hetzelfde ...' dat klopt, maar Eschfeld moet je gaan zoeken, daar kom je niet zomaar aan voorbij. Nu nog telt het slechts 190 inwoners. Een paar burgerhuizen, wat boerderijen en dat is het.
Wanneer je binnen bent gekomen wordt je overweldigd door de volheid van figuren, bewegingen, vormen en de kleuren en met name de kleur blauw is overheersend. Complete bijbelscenes, bijna alle heiligen, het levensverhaal van de heilige Lucia, die de patrones van deze parochie is, de bisschoppen, aartsengelen, en of het niet genoeg is, schildert hij ook nog alle portretten van pausen, pastoors. 

Indrukwekkend, maar nog boeiender wordt het wanneer je wat meer van de achtergrond weet ... 

Het verhaal begint bij de kunstenaar: want het was niemand minder dan de pastoor zelf die zijn eigen kerkje decoreerde.

En dit is hij dan: pastoor Christoph Marz, in 1867 geboren in Schweich an der Mosel.

Van 1899 tot 1931 was hij pastoor in dit kleine dorpje in niemandsland en met regelmaat kon je hem hier op de steigers zien staan.

Als 32 jarige komt de jonge temperamentvolle pastoor in het plattelandsdorpje terecht, in een parochie die tien jaar geen priester had en trof daar een kaal en karig ingericht kerkje aan: een ideale situatie voor een kunstzinnig en gepassioneerd mens!
Want wat een begaafd iemand: naast een schilderstalent is hij ook nog eens zeer muzikaal: wanneer hij klaar is met schilderen en zijn plichten tegenover zijn (kleine) kudde, speelt hij viool, piano en orgel. 
In zijn passie betrekt hij zijn schaapjes op allerlei manieren:

Nog maar nauwelijks ingehuisd, krijgt hij het voor elkaar een gemengd koor van 70 man bijeen te schrapen waarvan hij zelf dirigent is, waarvan gezegd wordt dat dit het beste koor in de hele omgeving is. Het jaar daarop voegt hij daar nog eens een strijkorkest aan toe en weer een jaar later komt er nog eens een blaasformatie bij.


Zelfbewust, actief, energiek, origineel, humoristisch maar deze karaktereigenschappen hebben vaak ook een keerzijde...Christoph wordt ook autoritair, eigenwijs en belerend genoemd.

Zo wil hij graag meerstemmig gezang uit de huizen van de dorpsbewoners horen wanneer hij zijn ronde doet, meestal met een gedichtenbundel in de hand en dit wordt door de dorpelingen toch wel behoorlijk als controlerend ervaren. 

En dan hebben we het nog niet over het betrekken van de bewoners bij zijn schilderingen ...

In die tijd, een eeuw geleden, bestonden er nog geen arbeidsvoorwaarden  zoals veiligheid ten aanzien van werkomstandigheden. Zelf balanceerde Christoph op zijn wankele bouwstellage en verlangde dat ook van zijn modellen, die hangend, staand, liggend of zittend op de steigers hun houding moesten vinden. En nu mag je raden wie er model stonden voor bijna alle figuren die je geschilderd ziet? Juist: de inwoners zelf.

Verwarming was er niet en ook geen elektriciteit. De dagen dat hij schilderde vonden dus alleen plaats wanneer er genoeg daglicht was en het niet al te koud. 
De voorkeur om volwassen dorpelingen als model te schilderen was de zondag, omdat hij hen niet graag van hun werk op het land af wilde halen. Maar hij aarzelde geen moment om kinderen uit de klas te halen of een metselaar met een grote baard van de bouw te plukken omdat hij toevallig met Mozes en Aaron bezig was!


Wat een man ...

Je kunt je voorstellen dat dit gedrag op een gegeven moment behoorlijk tot verzet hier en daar leidde. Toch werd hij ook zeer gewaardeerd en toen er op een dag sprake was dat hij zou worden overgeplaatst organiseerden de bewoners zelf een petitie om hem te kunnen behouden.

Geliefd en verguisd.


Bij het bisdom in Trier lag hij niet erg best in de markt: in plaats van dat schilderen had men liever gezien dat hij zich rustig en onopvallend met zijn geestelijke taken als priester bezig hield.

Zo negeerde de bisschop van Trier tijdens een bezoek aan het kerkje, de schilderingen totaal of hij bromde wat van: 'waarom staan die bomen nog steeds in de kerk' duidend op de steigers.

 

Het volgende verhaal maakt duidelijk hoeveel humor Christoph had en toch veel met zijn kudde op had:


Op een zondag bezocht de bisschop van Trier de kerk tijdens de drukbezochte mis, bleef staan en bekeek een schildering op het plafond, voorstellende twee engelen een ovalen spiegel vasthouden waarin een vrouw met een bezem te zien is. De engel rechts houdt een kopje koffie in haar hand.

Ontzet vraagt de bisschop met luide stem wat in godsnaam dat kopje koffie met de bijbelse geschiedenis heeft te maken...

Het kerkvolk schrikt ervan maar Christoph gaat rustig en zelfbewust naast de bisschop staan en legt uit:

" Kijk, Excellentie, voor u is dat wellicht moeilijk te begrijpen, voor onze parochianen echter helemaal niet. Wij hier weten deze afbeelding over de parabel van het verloren geldstuk heel goed te duiden. De vrouw heeft haar hele huis van top tot teen uitgeveegd en als ze het verloren geldstuk vindt, dan roept ze, hetgeen toch letterlijk in de Bijbel staat, haar buren en vriendinnen erbij, en dan kunt u er zeker van zijn, Excellentie, dat zij eerst een lekker bakje koffie hebben gedronken samen. Zo vatten wij hier de bijbelse geschiedenis op."

Zelfbewust als hij was en dus ook altijd een antwoord klaar. Bijvoorbeeld wanneer mensen gniffelden over de wat al te groot uitgevallen voeten van de apostelen dan antwoordde hij: ' als je door zoveel landen moest lopen om het evangelie te verkondigen, dan moest je toch ook wel over een paar grote voeten beschikken om het vol te houden."

 

Wanneer hij weer met een gedeelte klaar was, gebruikte hij dat als inhoud van zijn preek. en zoals gezegd: hij interpreteerde vaak bijbelscenes en passages geheel op eigen manier en voegde daar met het grootste gemak eigen symbolen aan toe:

Op een dag vertelt hij het volgende:

"Beste medeparochianen, jullie zullen wel bemerkt hebben dat naast de ingang vier nieuwe symbolen zijn geschilderd:
Op de eerste zien jullie twee biddende handen en op de tweede een vuist met een hamer: het ora et labora: bid en werk.

Nu ben ik van mening dat die twee deugden niet voldoende zijn, je moet hier op aarde ook bereid zijn om te vechten en te strijden, tegen de verleiding, tegen de twijfel, tegen gemakzucht en tegen bemoeizucht alsmede het vechten om te overleven en het ambitieus zijn t.a.v. je werk,
Daarom zien jullie in afbeelding drie een vuist met een zwaard staan. Degene die heeft gebeden, gewerkt en gestreden, daartegen kan ik zeggen: jij hebt je plicht gedaan, jij hebt je glaasje oprecht verdiend!
Vandaar dat ik een vierde afbeelding heb gemaakt met een glas wijn, want vieren moet ook zijn in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen"   (foto volgt nog)
Humoristisch maar tevens ook belerend.

 

Wat te denken van de schildering op de achterwand.

De voorstelling valt qua stijl en kleur geheel uit de toon van de rest En dat is niet zonder reden.

Het heeft door de jaren heen de titel gekregen:

'die Eschfelder Sintflut'  (de zondvloed van Eschfeld).

Het laat een landschap zien met heuveltjes en een dorp wat wordt overstroomt, vol drenkelingen en mensen in nood met hier en daar eigentijdse zaken zoals een paraplu en een barometer.

De nodige humor wederom maar tegelijkertijd erg realistisch en luguber bijna. Want...stel je voor: tijdens de mis kijk je naar het mooie blauw, wat symbool staat voor het bovenaardse, het spirituele en de genade, en wanneer je als parochiaan de kerk weer uitloopt wordt je geconfronteerd met een dreigende situatie waaruit het blauw is verdwenen, en waar je zelfs je eigen dorpsbewoners in herkent of jezelf ... want ook hier portretteerde hij bestaande dorpsbewoners...hier wordt de kudde als het ware weer voorbereid op het leven van alledag.

 

Het einde van een markante persoonlijkheid eindigt dramatisch:

Staande op de steigers, werkend aan de buitenwand van de nieuwe pastorie, valt hij op 64 jarige leeftijd naar beneden en sterft een paar dagen later aan innerlijke verwondingen.


Op zijn sterfbed vraagt hij of men een penseel in zijn kist wil leggen zodat hij bij de Wederopstanding direct weer met zijn werk aan de slag kan.

 

Niemand kon aan hem voorbij tijdens zijn leven, maar ook nu niet: zijn graf ligt direct aan de ingang van de kerk en van het kerkhof.

Er gaan geruchten dat hij, het grootste gedeelte van zijn leven balancerend op de steigers, niet zomaar naar beneden is kunnen vallen en dat er sprake is geweest van opzet.

Geliefd maar ook verguisd.

 

In elk geval heeft hij iets fantastisch achter gelaten en heb ik intussen meerdere malen het kerkje bezocht waar ik steeds nieuwe dingen ontdek. Het is volgens mij dagelijks geopend en de bewoners zijn er trots op!